Artikelen en blog

Cameratoezicht, mensenrechten en denkrichtingen bij jeugdcriminaliteit

-

Campagne-uitingen zoals “We breiden het cameratoezicht uit; veiligheid voor alles!” kunnen worden begrepen als “we breiden onze macht uit”. Maar die macht is door mensenrechten begrensd. In de strijd tegen jeugdcriminaliteit zijn andere denkrichtingen voorhanden. Behalve mensenrechten, zijn de technische aard van camera’s, de risico’s van digitale criminaliteit, politieke machtsverhoudingen in de wereld en toenemende autonomie van AI ook een punt van zorg.


Openbare orde-handhaving
Op gemeentelijk niveau de verantwoordelijkheid voor de openbare orde-handhaving bij de burgemeester (art. 172 lid 1 Gemw). Daarbij kunnen camera’s worden gebruikt. Het begrip openbare orde kent verschillende interpretaties, maar de handhaving daarvan komt in ieder geval neer op het bewaren en herstellen van een ordelijk en rustig verloop van het gemeenschapsleven in de openbare ruimte voor zover dat verloop door menselijk handelen wordt beïnvloed en bepaald₁. Het raakt het openbaar belang: een intrinsiek en zelfs constituerend element van de gemeentelijke huishouding₂ (art. 124 lid 1 Gw, 108 Gemw). De burgemeester kan met het oog op de openbare orde regels stellen zodat de politie deze ex art. 2 Polw kan handhaven. Ongeacht de grondslag (art. 3 Polw, 151c Gemw) zijn de beelden politiegegevens en vallen onder de Wet politiegegevens en onder verantwoording van de korpschef. De politiebevoegdheden kunnen niet zomaar worden overgedragen.


Zelfs bij serieuze, objectieve onveiligheid moeten een overheid blijven functioneren en aan de voorwaarden voor de inbreuken op rechten van burgers voldoen. Sterker nog, als die voorwaarden niet òf naar willekeur worden ‘ingevuld’, blijft er weinig democratische rechtsstaat en veiligheid over; in een autoritair of totalitair regime is immers niemand veilig. Dat is een les uit WOII.
 
Bescherming van rechten van personen
De menselijke waardigheid (premabule UVRM₃, art. 1 Handvest EU) is een grondrecht op zich en tevens de grondslag van alle grondrechten en maakt deel uit van het Unierecht₄. Het EVRM wordt beschouwd als antwoord op de Tweede Wereldoorlog, inclusief holocaust, en moet rechtdoen aan de persoonlijke autonomie van mensen₅. Zelfbeschikking en persoonlijke autonomie dienen als grondslagen voor de invulling van de waarborgen (alle waarborgen) van dit verdrag₆. Personen en ook hun woningen₇, tuinen₉, etc. vallen allemaal onder de bescherming van art. 8 EVRM (recht op privéleven). Voor een inbreuk op dat recht geldt dat die

  • bij wet moet zijn voorzien in termen van accessibility₉ en foreseeability₁₀. Evt. ook met waarborgen tegen misbruik (afbakening bevoegdheid en controle op uitoefening);
  •  een legitiem doel moet hebben;
  • noodzakelijk moet zijn in een democratische samenleving, op aspecten van (1) proportionaliteit (aanvaardbare belangenafweging probleem/maatregel), (2) subsidiariteit (geen minder vergaande maatregel mogelijk) (3) geschiktheid (maatregel dient daadwerkelijk beoogde doel) voor de in het artikel genoemde belangen.


Bij de eis van
foreseeability (voorzienbaarheid) is mede van belang dat de technologieën waarmee inbreuk wordt gemaakt steeds geavanceerder, indringender – en inmiddels ook autonomer – worden. Dat stelt steeds hogere eisen aan de waarborgen zoals een nauwkeurige omschrijving en afbakening van de toepassing van de bevoegdheid₁₁. Daarbij laat ook de kwaadwillende hacker zich door AI bedienen en kunnen data steeds gemakkelijker een eigen – soms duister – leven gaan leiden.

Voor persoonsgegevens is de bescherming van art. 8 lid 1 Handvest EU en art. 16 lid 1 VWEU en de AVG relevant. Slechts het verlies van controle over persoonsgegevens kan al een basis zijn voor immateriële schadevergoeding₁₂. Daarnaast is er het algemene privacyrecht van art. 7 van het Handvest. Diverse aspecten worden ook door art. 10 van de Grondwet beschermd.


De grootschalige gegevensverwerking die met AI mogelijk is, kan ook leiden tot inbreuken op de fundamentele rechten en waarden in het Handvest EU, welke inbreuken in de Verordening EU 2024/1689 (AI-Verordening) worden aangeduid als ‘schade’ en ‘risico’₁₅. Van belang daarbij is de autonome werking van die systemen en de daarmee samenhangende afname van menselijke controle, ten koste van autonomie en waardigheid van de mens.


How ‘smart’?
Het bezit van informatie impliceert macht₁₇; dat was ook een les uit WOII. De dataverzameling kan leiden tot gevoel van ongemak, onmacht, onveiligheid bij degene van wie de gegevens worden verwerkt. Meestal staan er wel borden met ‘Cameratoezicht; Politie’ of iets dergelijks, maar het is voor geobserveerden meestal onduidelijk wat de reikwijdte is en welke functies staan ingeschakeld, dus of bijvoorbeeld gelaatskenmerken  en gesprekken op straat worden geobserveerd en in databases worden op- 

Afbeelding van camera in publieke ruimte

geslagen. Daarmee is de kenbaarheid van toezicht met behulp van camera’s vaak onvoldoende en is de inbreuk op de persoonlijke levenssfeer eerder onrechtmatig. De onzekerheid kan tot zelfcensuur leiden en privacy, zelfontplooiing en vrijheid van meningsuiting verstarren. Dit is deels op te lossen door geobserveerden te informeren over het cameragebruik (zie ook informatieplichten AVG). Meningsuitingen kunnen ook door AI-systemen beperkt of gemanipuleerd worden en de uitingsvrijheid of informatievrijheid aantasten.

      In hoeverre de persoonlijke levenssfeer beschermd wordt, is mede afhankelijk van de mate waarin iemand redelijkerwijs mag verwachten zichzelf te zijn₁₈. Dat is in een stadscentrum minder dan in een natuurgebied. Los daarvan kan de geobserveerde – ongeacht of hij de openbare orde overtreedt of gewoon passant is – wel onderwerp worden van dataopslag, hacks, dataprofielen en macht van wie dan ook. 

      Het opslaan van camerabeelden vormt nog weer een grotere inbreuk dan alleen filmen. In welke mate, hangt af van de aard van het geobserveerde gedrag en het subsequent gebruik van de beelden₁₉. Het al dan niet opslaan van de beelden dient onderwerp van belangenafweging te zijn, en door zwaarwegendheid gerechtvaardigd te worden. Na tijdsverloop of verval van de noodzaak dienen de beelden verwijderd te worden (art. 8-10 Wet politiegegevens, art. 13 lid 2 sub a AVG).

Cameratoezicht in de strijd tegen jeugdcriminaliteit?
Een goede opvoeding en harmonie binnen het gezin zijn cruciaal. Op straat worden crimineel gedrag en neutralisatietechnieken aangeleerd (differentiële associatietheorie₂₀). Ook controlemechanismen₂₁ kunnen van invloed zijn op het al dan niet plegen van delinquentie. Een goed ontwerp van de fysieke omgeving kan hierbij van meerwaarde zijn₂₂, met oog voor risico’s van verdichting₂₃ en voor de verbindende krachten van erfgoed₂₄, sport en muziek. Maatschappelijke kwetsbaarheid₂₅ maakt opvoedingsondersteuning ontoegankelijker. Met een goede leefomgeving, informele sociale controle₂₆ en goede samenwerking tussen instanties en een duidelijke taakverdeling waarin het kind en gezin centraal staan, kan de ontwikkeling van het kind worden (bij)gestuurd en delinquentie worden voorkomen. Zonder machtsuitbreiding en kunstgrepen die andere mensen (subsidiariteit) en het functioneren van de democratische rechtsstaat in de weg liggen.


Balansoefening
Decentrale overheden hebben ook een rol in nakoming van de resultaatverplichting uit art. 1 EVRM₂₇. De rechtsstaat is een voortdurende balansoefening, met controle en tegenwicht. En de overheid kan niet alle risico’s of gevoelens van onveiligheid wegnemen. Naast die relativeringen weet je ook niet wie in de volgende bestuursperiode het stokje overneemt, wat dan de effecten van zo’n machtsuitbreiding zijn en voor hoelang. De genoemde campagnetaal kan een voorteken zijn van totalitair beleid₂₈, een voedingsbodem voor een dictatuur (waarin het bestuur het volk controleert in plaats van andersom) die averechts op de veiligheid kan werken. Goed om dat als burger/kiezer te herkennen en in je overwegingen mee te nemen voordat je het stemhokje instapt.

 

₁ Zie ook bijlage 2 onder punt 2 bij de notitie Burgemeester en veiligheid uitgebracht op 9 april 2009 door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, 30657/K.
₂ A.H.M. Dölle, Wie doet de huishouding? (Oratie Groningen), Deventer: W.E.J. Tjeenk Willink 1999.
₃ “... overwegende, dat erkenning van de inherente waardigheid en de gelijke en onvervreemdbare rechten van alle leden van de mensengemeenschap grondslag is voor de vrijheid, gerechtigheid en vrede in de wereld.”
₄ HvJ EU 9 oktober 2001, C-377/98 ECLI:EU:C:2001:523, r.o. 70-77 (Nederland/Europees Parlement en Raad).
₅ R.C.A. White & C. Overy, Jacobs, White, & Overy; The European Convention on Human Rights, Oxford University Press, p. 3 e.v.
₆ EHRM 10 juni 2010, 302/02 (Jehovah’s Witnesses of Moscou/Rusland)
₇ Rechten van bewoners (ook huurder, onderhuurder, kraker, enz.) worden beschermd onder art. 8 EVRM (EHRM 21 november 1995, Baretto/Portugal), een resultaatverplichting (art. 1 EVRM). Die bescherming omvat mede het rustige genot (EHRM 2 november 2006, Giacomelli/Italië).
₈ Ook toebehoren bij woningen (tuin, garage) worden beschermd onder art. 8 EVRM (EHRM 24 november 1986, Gillow/VK, EHRM 29 mei 2012, Bjedov/Kroatië). 
₉ De wet moet voor burgers voldoende toegankelijk zijn
₁₀ De wet moet voldoende duidelijk zijn omschreven zodat de inbreuk voorzienbaar is.
₁₁ O.a. EHRM 24 april 1990, ECLI:NL:XX:1990:AD5851, EHRM 21 juni 2011, ECLI:CE:ECHR:2011:0621JUD003019409.
₁₂ HvJEU 14 december 2023, C-456/22 r.o. 18-23; HvJEU 25 januari 2024, C-687/21 r.o. 66-67
₁₅ Zie overweging 1 en 5 en artikel 1 resp. art. 3 sub 2 AI-Verordening (Verordening EU 2024/1689)
₁₇ In dit verband interimrapport van de Staatscommissie Persoonsgegevens 1974, p. 7, overwegingen 7, 75 en 85 bij AVG.
₁₈ O.a. HR 20 april 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AL8449, vergelijk: EHRM 2 september 2010, ECLI:CE:ECHR:2010:0902JUD003562305.
₁₉ A.H.C.M. Smeets, Camera’s in het publieke domein. Privacynormen voor het cameratoezicht op de openbare orde, CBP 2004, p. 53.
₂₀ Differentiële associatietheorie van Sutherland gaat uit van het principe dat iemand crimineel wordt omdat hij vaak geconfronteerd wordt met criminele gedragspatronen van anderen en minder met ‘anticriminele’ gedragspatronen (E. Sutherland, Criminology, Philadelphia: Lippincot 1924 en Principles of criminology, Chicago: Lippincott 1947). Crimineel gedrag is in deze optiek ‘normaal’ gedrag, vanzelfsprekend en rationeel.
₂₁ Controletheoretici verklaren dat daders reeds gemotiveerd zijn tot delinquentie waarbij de controlemechanismen centraal staan in het al dan niet plegen van delinquentie (F.M. Weerman (2001), ‘Controlebenaderingen’. In E. Lissenberg, S. van Rullen en R. van Swaaningen, Tegen de Regels IV. Een inleiding in de criminologie (p. 135-152), Nijmegen: Ars Aequi Libri 2001, p. 136-137). Bijv. zelfcontrole en sociale controle, alsmede balans in controle.
₂₂ De theorie van Crime Prevention Through Environmental Design (CPTED) is gebaseerd op het idee dat criminaliteit mede het gevolg is van de gelegenheid die de fysieke omgeving daartoe biedt, C.R. Jeffery, Crime Prevention Through Environmental Design, Beverly Hills, CA: Sage 1971, Ook bijv. O. Newman, Defensible Space: Crime prevention through urban design, New York: Macmillan 1972, P. Mayhew, ‘Defensible space: The current status of a crime prevention theory’, in: The Howard Journal of Criminal Justice 1979, p. 150-159, E. Kube, Städtebau, Wohnhausarchitektur und Kriminalität: Prevention statt Reaction. Heidelberg: Kriminalistik-verslag 1982, A. Coleman, Utopia on trail (vision and reality in planned housing), London: Hilary Shipman 1985, A. Crawford, Crime prevention and community safety, Harlow: Longman 1998, T.D. Crowe, Crime prevention through environmental design: Applications of architectural design and space management concepts (2nd ed.), Oxford: Butterworth-Heinemann 2000.
₂₃ Zoals schaarse bouwmogelijkheden, prijsstijgingen en risico op leegstand, waarbij criminaliteit vrijspel heeft In dit verband gelegenheidstheorie en routine activity theory. M. Felson, Crime ans everyday life (2nd ed). Thousand Oaks, CA: Pine Forge Press/Sage 1998 resp. L. Cohen en M. Felson, Social chance and crime rate trends: A routine activity’s approach, in: American Sociological Review 1979/44, p. 588-608. Ook: M. Felson & R.V. Clarke, ‘Opportunity makes the Thief: Practical theory for crime prevention’, in: B. Webb (Ed.), Police Research Series, paper 98. London: Home Office 1998, R.V. Clarke, ‘Situational crime prevention: Theoretical background and current practice’, in: M.D. Krohn, A. Lizotte & G. Penly Hall (Eds.), Handbook on sociology and social research, New York: Springer 2009, p. 259-276.
₂₄ In de geest van het Verdrag van Faro. Dit verdrag is een uitwerking van art. 27 Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Het benadrukt de maatschappelijke en verbindende waarde van cultureel erfgoed, en het belang van betrokkenheid en deelname door de samenleving. Niet het erfgoed zelf, maar de mens en menselijke waarden staan centraal. Voor gemeenten: < https://faro.cultureelerfgoed.nl/groups/130-faro-voor-gemeenten/welcome >
₂₅ Theorie van Walgrave. De kwetsbaarheid ligt in het behoren tot de laagste sociaal-economische klasse. In elk contact met de maatschappelijke instellingen en haar vertegenwoordigers riskeren deze mensen gekwetst te worden (o.a. school, arbeidsmarkt, gezondheidszorg, hulpverlening, justitie). Ze hebben meer kans op discriminatie en sanctionering dan op positief nut bij dit contact en worden kwetsbaarder na kwetsing. Maatschappelijke kwetsbaarheid is dan ook een interactioneel en cumulatief proces, evenwel niet fataal, I. van Welzenis, Het toekomstperspectief en zelfconcept van maatschappelijk kwetsbare en delinquente jongens, Leuven : Katholieke Universiteit Leuven (Faculteit Rechtsgeleerdheid, Afdeling strafrecht, strafvordering en criminologie) 1995 , p. 22-23.
₂₆ A. van Acker, Jeugdcriminaliteit: feiten en mythen over een beperkt probleem, Houten: Bohn Stafleu Van Loghum 1998, p. 208 e.v.
₂₇ De verantwoordelijkheid van de verdragspartijen strekt zich uit over alle handelingen en omissies van organen, agenten en dienaren, of zij nu behoren tot de wetgever, de uitvoerende macht of de rechtspraak (EHRM 18 februari 2009, 55707/00 (Andrejeva/Letland)), ongeacht rang (EHRM 28 oktober 1999, 28396/95 (Wille/Liechtenstein)). Decentrale overheden worden zonder uitzondering gerekend tot de verdragspartij waartoe zij behoren (EHRM 23 maart 2010, 50108/06 (Dösemealti Belediyesi/Turkije) en ECieRM 15 september 1998, 41877/98 (The Province of Bari, Sorrentino and Messeni Nemagna/Italië).
₂₈ Het slechts voor zijn eigen doelen en naar eigen goeddunken hanteren van de wet wordt toegeschreven aan een autoritair of totalitair bestuur (HR 31 januari 2017, ECLI:NL:HR:2017:733)


Januari 2021, bijgewerkt 2024.

Disclaimer
De artikelen en blogposts van Legalance bieden algemene informatie en zijn niet bedoeld als advies. Er is niet beoogd volledigheid over een bepaald leerstuk na te streven . Ook kande informatie verouderd, onvolledig en/of onjuist zijn door wijzigingen in wet- en regelgeving, nieuwe rechtspraak of andere ontwikkelingen. Aan de hier aangeboden informatie kunnen dan ook geen rechten worden ontleend. De auteur daarvan kan niet aansprakelijk worden gehouden voor de gevolgen van het gebruik, op welke wijze dan ook, van deze informatie.

Jurist voor particulieren, MKB en ZZP. Bestuursrecht, erfgoedrecht, ICT-recht,  IE, kunstrecht, mededingingsrecht, mensenrechten, omgevingsrecht, privaatrecht, privacy, vervoersrecht, veterinair recht.

Welkom bij Legalance. Ik ben Anneke, jurist voor ondernemers en particulieren. Ook werk ik als freelance-jurist* of teken ik voor legal design. Hier vind je artikelen en blogposts op het gebied van bestuursrecht, erfgoedrecht (incl. werelderfgoed), horecarecht, ICT-recht, intellectueel eigendomsrecht, kunstrecht, mededingingsrecht, mensenrechten, omgevingsrecht, privaatrecht, privacy en verwerking persoonsgegevens (AVG), (goederen) vervoersrecht en veterinair recht (multidisciplinair).

Ben je niet op zoek naar een advocaat, maar wel naar de juridische oplossing, vraagbaak of ondersteuning die bij jou, je bedrijf of organisatie past? Laten we eens kennismaken.


*Jurist of paralegal vanuit Spijkenisse, vanaf Voorne-Putten (bij Rotterdam).